Deze kijkwijzers zijn bedoeld voor CKV-leerlingen. Een kijkwijzer is, het woord zegt het eigenlijk al, een hulp bij het kijken naar een kunstwerk, voorstelling, film, tentoonstelling of concert.
Met behulp van deze vragenlijst weet je precies waar je op moet letten bij het bekijken van een kunstwerk of voorstelling. Het is verstandig voor het bezoek aan de voorstelling deze lijst eerst door te lezen, zo kun je jezelf een beetje voorbereiden. Waarschijnlijk kun je van te voren al wat vragen beantwoorden. Na de voorstelling kun je de rest van de vragen beantwoorden. Probeer niet tijdens de voorstelling alvast alle vragen op papier te zetten, dit kost namelijk veel tijd, waardoor je de helft van de voorstelling mist. Het kan ook erg storend zijn voor de andere mensen in de zaal wanneer jij druk zit te schrijven.....


De beschrijving van een schilderij, beeld, foto, installatie of videokunstwerk



Kies een schilderij of ander kunstwerk dat je bij de kunstuitleen, thuis, op school, tijdens je vakantie of in een museum bent tegengekomen en dat je heeft geraakt. Dat kan zijn omdat het een kleur heeft waar jij van houdt, omdat je onder de indruk bent van het formaat of omdat je er helemaal niets van begrijpt waarom dit schilderij nou kunst heet te zijn. Alles mag. De enige voorwaarde voor het maken van een beschrijving is wel dat je het kunstwerk in het echt moet hebben gezien. Bekijk of je er een ansichtkaart van kunt krijgen of een foto van kunt maken. Of teken het globaal na ter illustratie van je beschrijving.

1 vorm en beeldaspecten
Geef een zo volledig mogelijke beschrijving van het door jou gekozen schilderij. Schrijf eerst zo nauwkeurig mogelijk op wat je ziet. Vermeldt vervolgens zaken als:
- gegevens over de maker, de titel, de datering en de plaats waar het werk zich bevindt
- de afmetingen; lengte, breedte en hoogte
- de materialen; paneel, papier, doek, ander materiaal, olieverf, acryl, aquarel, gouache, pastel(krijt), potlood, enz.:
- de techniek waarmee het werk tot stand is gekomen; penseel, paletmes, gemengde techniek

Daarna belicht je verschillende beeldaspecten. Schenk daarbij aandacht aan kleur, vorm, lijn, textuur, ritme, dieptewerking, lichtval en compositie.

2 inhoud
Waar gaat het door jouw gekozen schilderij over? Bestudeer de voorstelling en kijk ook naar de titel. Soms geeft de titel een aanwijzing over de inhoud van een schilderij.
Zoek eventueel in secundaire literatuur op wat voor symboliek van het door jou gekozen schilderij zou kunnen zijn. Zoek ook informatie op over zaken waar deze kunstenaar zich in zijn werk mee bezig houdt.

3 functie
Waarvoor denk je dat het schilderij dient? Wat had de kunstenaar ermee voor ogen?
Als het schilderij oorspronkelijk voor een andere plek gemaakt is dan waar het zich nu bevindt, ga dan na wat de oorspronkelijke plek geweest is. Heeft het schilderij in de tijd dat het gemaakt is dezelfde functie gehad? Zo nee, schrijf dan op welk doel het door jou gekozen kunstwerk vroeger heeft gediend.

4 beoordeling
Bespreek welke beeldende werking de materialen, vormen en kleuren die de kunstenaar voor zijn werk heeft gekozen, hebben.
Heeft de kunstenaar volgens jou de juiste middelen (materiaal, techniek, vorm, kleur, compositie enz.) gekozen om de inhoud van zijn werk over te dragen? Geef argumenten
Geef je beargumenteerd eindoordeel.



De beschrijving van een gebouw


Kies een gebouw in je omgeving dat je intrigreert omdat je het bijzonder vindt. Je hoeft het niet mooi te vinden. Je kunt bijvoorbeeld een gebouw kiezen dat je erg in de weg vindt staan of dat je misschien wel mooi vindt maar dat niet past tussen andere gebouwen. Of misschien ken je een enorm leijk gebouw. Je kunt ook het huis waar je woont nemen of de school waar je op zit.

1 het aanzicht
Beschrijf het door jou gekozen gebouw zo volledig mogelijk. Als steun kun je gebruik maken van schetsen of foto´s van het gebouw en sommige details. Geef van het gebouw aan;
De maten, lengte, diepte en breedte
Het materiaalgebruik van muren, vloeren, plafonds en kozijnen
Detaillering bijvoorbeeld met daklijst, bordes
Kleurgebruik

2 de locatie
Bekijk waar het gebouw staat. Is deze plaats logisch, d.w.z. is de plaats zo gekozen dat de bereikbaarheid voor de doelgroep voldoende is? Past het gebouw wat vorm, grootte en materiaalgebruik betreft in de directe omgeving?
Hoe is het gebouw in de omgeving gesitueerd? Is met straataanleg, groenvoorziening e.d. rekening gehouden? Wat was er eerst: de omgeving met de infrastructuur of is het gebouw deel van een geplande wijk?

3 de functie
Is het gebouw neergezet met een bepaald doel? Welk doel is dat en wordt het nog steeds voor dit doel gebruikt?
Maak een lijst van zaken waar een gebouw met dat doel aan moet voldoen. Bekijk in hoeverre het door jouw gekozen gebouw voldoet aan de door jou gestelde eisen.
Liggen de verschillende ruimtes t.o.v. elkaar op een logische plaats?

5 de schoonheid
Vind je de buitenkant van het gebouw zo mooi dat het aan de omgeving een meerwaarde verleent? Verklaar je antwoord.
Is het ontwerp van het gebouw zo, dat je je erin thuis voelt? Geef argumenten.
Welke details geven het gebouw een eigen gezicht?
Bespreek materiaalgebruik, kleurgebruik en de vorm van de verschillende ruimtes op een zo objectief mogelijke wijze.

6 beoordeling
Noem in je eindoordeel enige sterke en zwakke punten uit het gebouw.
Welke aanbevelingen kun je doen om verbeteringen aan te brengen?
Geef met argumenten je eindconclusie.



De beschrijving van een dansvoorstelling



Algemene informatie
Naam voorstelling:
Plaats (waar heb je de voorstelling gezien):
Datum:

Choreograaf:
Dansers:

1 Verwachtingen
Wat verwacht je van de voorstelling?

Waarop zijn deze verwachtingen gebaseerd? (bijv. opmerkingen van vrienden, tijdschriften, internet, recensies)

2 Het toneelbeeld
In wat voor een ruimte vond de voorstelling plaats?
Waar zit het publiek?
Wat voor effect heeft dit?

Hoe ziet het decor er uit?
Hoe wordt er gebruik gemaakt van het decor?

Hoe was het lichtgebruik in de voorstelling? (was het licht bijvoorbeeld fel en wit en volgde het de dansers)
Wat voor sfeer riep dit lichtgebruik op?

Wat voor kostuums droegen de dansers? (bijvoorbeeld kleur en materiaal)
Passen de kostuums bij de dansers en de voorstelling?
Waarom denk je dat de dansers deze kostuums droegen?

In hoeverre is het toneelbeeld (decor, licht, kostuums, attributen) bepalend voor de sfeer en thematiek van de voorstelling?


3 Muziek
Van wat voor muziek of geluiden werd er bij de voorstelling gebruik gemaakt?

Wat zou er met de voorstelling gebeuren wanneer je andere muziek bij de voorstelling zou gebruiken?

Hoe groot was de rol die de muziek speelde in het stuk?

4 Omschrijving dans
Om welke danstechniek gaat het in deze voorstelling?
- academische dans
- moderne dans
- folkloristische dans/internationale dans
- show/musicaldans
- anders, namelijk…..
Waarom denk je dit?

Hoe zag de dans er uit? Wat voor soort bewegingen maakten de dansers?

Hoe was het samenspel tussen de dansers?

Bewogen de dansers op de muziek (of op de geluiden)?

Hoe wordt de ruimte gebruikt? (Leggen de dansers bijvoorbeeld duidelijke patronen af op het podium?)

Was er sprake van een spanningsopbouw in het stuk? Zo ja, wanneer was dat dan en hoe kon je dat zien?

5 Interpretatie en mening
Waarschijnlijk heb je van tevoren al in het programmaboekje of op internet hebt gelezen waar de voorstelling over gaat, vind je dat dit, nu je de voorstelling hebt gezien, ook daadwerkelijk klopt met jouw eigen beeld van de voorstelling?

Heb je de verschillende thema’s naar voren zien komen?

Wat roept de voorstelling bij jou op? Hoe komt dit?

Wat vond je het beste en mooiste aan deze voorstelling?

Wat vond je minder leuk aan deze voorstelling?
Waarom vond je dit niet leuk?

Wat zou jij aan de voorstelling willen veranderen of verbeteren?

6 Achter de schermen (optioneel)
Nu je de voorstelling gezien hebt en achtergrondinformatie (folders, programmaboekje en/of eenlesbrief) hebt gelezen, wat denk je dan dat de publiciteitsmedewerker voor deze voorstelling allemaal gedaan heeft?

En technici? Wat is hiervan zichtbaar wanneer je naar de voorstelling kijkt?

Welke artistieke makers hebben bij deze voorstelling voor de sfeer gezorgd?

Probeer eens in het kort te beschrijven hoe jij denkt dat een voorstelling als deze tot stand is gekomen.



De beschrijving van een film


1 Wat zie je: fictie / non-fictie?

- documentaire (beschrijf het onderwerp kort)
- speelfilm (beschrijf het verhaal kort)
- mengvorm (met welke reden?)

Non-fictiefilms of documentaires laten een deel van de werkelijkheid zien, bijvoorbeeld door middel van interviews of archiefopnamen. Fictiefilms zijn verzonnen of gedramatiseerde verhalen- Soms is het verschil tussen fictie en non-fictie niet zo duidelijk. Bijvoorbeeld wanneer er binnen een documentaire delen nagespeeld zijn (docudrama) of wanneer een speelfilm erg veel lijkt op een documentaire, omdat het er allemaal zo 'echt' uitziet.

2 Wat zie je: welke filmtechnieken vallen op? (kies meer dan één optie)

¨ montage
¨ special effects
¨ kadrering
¨ camerastandpunt/gebruik
¨ belichting
¨ mise-en-scene

Montage: Het aan elkaar plakken van verschillende beelden waardoor ze een onderlinge samenhang krijgen. Montage bepaalt voor een belangrijk deel de snelheid en het ritme van de film. Beelden die door middel van montage aan elkaar geplakt zijn, beïnvloeden elkaar sterk.
Kadrering: Het kader geeft aan wat er te zien is binnen het beeld en bepaalt mede de compositie van het beeld.
Belichting: Hoe worden de scenes uitgelicht? Zijn er veel lichtldonker contrasten? Krijgen bepaalde personages of locaties meer licht dan andere?
Special effects: Vanwege de revolutionaire ontwikkelingen op digitaal gebied wordt het creëren van special effects steeds gemakkelijker en gangbaarder.
Cameragebruik/standpunt: De manier waarop de camera wordt gebruikt kan erg verschillen. Wanneer er met een lichte beweeglijke schoudercamera wordt gefilmd, dan zijn de beelden vaak schokkerig en grof Een statische camera levert ook statischer beelden op. De plaats waar de camera staat is ook van groot belang. Een standpunt vanuit personages laat ons meekijken met de spelers en verhoogt onze betrokkenheid bij de film. Ook is het belangrijk te letten op de camera-afstand tot het onderwerp: close-up~ medium shot en long shot zijn de drie grote afstandsbepalingen die ieder een eigen effect teweeg brengen.
Mise-en-scene: Alle elementen die voor de camera worden geplaatst om gefilmd te worden: het decor, de voorwerpen in het decor (props), kostuums, make-up van de acteurs en de bewegingen die zij maken.

3 Wat zie je: Wat is de verhouding tussen story en plot?

¨ plot volgt chronologie story
¨ plot maakt story spannend. Op welke manier?
¨ Flash-backs/flash forwards. Beschrijf effect op inhoud.

De manier waarop een verhaal verteld wordt (plot) wijkt vaak af van de reconstructie die je achteraf van het verhaal maakt (story). In de presentatie van het plot kan gespeeld worden met de chronologische volgorde van de gebeurtenissen, met de duur van bepaalde handelingen en met oorzaak/gevolg-relaties.

4 Wat ervaar je: Hoe wordt de film vertoond, wat is het effect?

¨ klassieke bioscoopsituatie
¨ televisie/video
¨ interactief/themapark

Je kunt een film natuurlijk gewoon in het donker van de bioscoop zien, waar een filmvertoning min of meer een privé-ervaring wordt. Het zien van dezelfde film op video of op televisie (vaak in een groep) kan een heel andere kijkhouding met zich mee brengen. Films in de vorm van interactieve computerspelletjes is weer een andere beleving van hetzelfde product. Het zijn factoren die van invloed kunnen zijn op de betekenis die de film voor je heeft.

5 Wat hoor je: Welke rol speelt de muziek in de film?

¨ muziek versterkt inhoud film Op welke manier?
¨ Geen, weinig of onopvallende muziek
¨ Muziek voegt elementen toe: welke en op welke manier?

Muziek speelt vaak een belangrijke rol in film. De muziek kan bijvoorbeeld dramatische of spannende momenten versterken. Maar het is ook mogelijk dat de muziek iets nieuws toevoegt aan de beelden. Soms is er geen of weinig muziek. Let ook op de geluiden zoals straatverkeer, telefoons en voetstappen.

6 Inhoud: Tot welk genre hoort de film?

¨ horror/science fiction
¨ (docu)drama
¨ oorlogsfilm
¨ thriller
¨ avonturenfilm
¨ western
¨ comedy
¨ familie/kinderfilm
¨ documentaire

Met de term genre worden films in bepaalde groepen ingedeeld op grond van gemeenschappelijke kenmerken. EIk genre schept zijn eigen verwachtingen: een avonturenfilm moet spannend zijn: een comedy zonder humor is een mislukte film.

7 Inhoud: Waar ligt de nadruk van het verhaal?

¨ op wat er gebeurt (story)
¨ op de boodschap (thematiek)
¨ op de (psychologische) ontwikkeling van personage(s)

Een film kan gemaakt zijn om een verhaal te vertellen of om gebeurtenissen te presenteren. Maar een film kan ook een duidelijke boodschap hebben (bijvoorbeeld een politieke). In andere gevallen ligt de nadruk op de psychologische ontwikkeling van de personages. Een combinatie van deze drie aspecten is natuurlijk ook denkbaar.

8 Inhoud: Wat speelt een grote rol bij het maken van de film?

¨ de filmmaker (auteursfilm)
¨ acteurs/filmsterren (acteursfilm)
¨ eerder uitgebrachte films

De stijl van de filmmaker kan een stempel drukken op de hele film (acteursfilm). In andere gevallen bepalen de acteurs (vooral als ze beroemd zijn) het karakter van de film (acteursfilm). Veel films sluiten aan bij eerdere films, bijvoorbeeld Rocky IV.

9 Betekenis: Wat is de betekenis van de film?

¨ persoonlijke (autobiografische) betekenis
¨ morele boodschap
¨ bedoeld als (politieke of culturele) provocatie
¨ bedoeld als amusement
¨ roept emoties op
¨ gemaakt uit commerciele overwegingen.

Wat wil de film teweeg brengen? Een combinatie van enkele accenten is natuurlijk ook mogelijk.
Gemaakt uit commerciële overwegirlgen kruis je aan wanneer je denkt dat de inhoud of vorm van de film hierdoor sterk is bepaald. Probeer in dat geval ook aan te geven waaruit je dat opmaakt.
De overige categorieën spreken voor zich.