4 VWO

2e periode
Opdracht: "Den grondt der edel vry schilder-const"
Thema
"Oefening baart kunst" (behorende bij burgerlijke cultuur 17e eeuw in de Nederlanden)
Techniek:
2D, tekenen, schilderen.
Omschrijving:

Je ouders hebben het goed gevonden dat je schilder wordt. Je wordt dan ook opgenomen in het atelier van een beroemd schilder.
Je doorloopt de hele opleiding totdat je uiteindelijk door middel van een "meesterstuk" zal worden toegelaten tot het Lucasgilde. Dan mag je je écht kunstschilder noemen en zelf een atelier beginnen en opdrachten aannemen. Weet je al wat je specialisme wordt...?

Zelfstudie

1.1 De schildertechniek van Pieter de Ring, uitmuntend stillevenschilder.

De schilder maakte eerst een grisailleachtige onderschildering op het doek. Daarna bracht hij een doodverflaag in basiskleuren aan.

Lees verder ...>>>

Zelfstudie

1.2 Het atelier van Rembrandt

Deze kamer, de grootste van het huis, was Rembrandts atelier. In deze ruimte heeft hij tussen 1639 en 1658 zijn meesterwerken geschilderd. De kamer ligt op het noorden. Door de vensters valt precies het goede, constante licht naar binnen.

Lees verder ...>>>

Zelfstudie

1.3 Over techniek

1.3.1 In de 17de-eeuwse kunsttheoretici stond het stilleven niet hoog aangeschreven. In de hiërarchie van onderwerpen, met figuurschilderkunst aan de top, was het stilleven een beperkt specialisme. Verder ... >>>

1.3.2 Om in de zeventiende eeuw een goede schilder te kunnen zijn moest je verstand hebben van álles. Licht, perspectief, anatomie, mythologie, poëzie, sterrenkunde, geschiedenis. En zelfs van de snotolf, de kwabaal en de brasem. Verder ... >>>

1.3.3 De ene schedel rolt bijna letterlijk over de andere. Stuk voor stuk willen die ons in herinnering roepen: Gedenk te sterven. De bijna opgebrande kaars en de zandloper dragen weer dezelfde wijsheid uit. De boeken geven aan dat ook vergaarde kennis en wetenschap uiteindelijk tot niets leidt. Verder ... >>>

1.3.4 Hoe schilder je een druif? Verder ... >>>

In de les

1.4 Plooival

Maak tenminste drie uitgewerkte studies in potlood van plooien.

In de les

1.5 Texturen

Maak tenminste drie studies van voorwerpen met verschillende textuur. B.v. een sinaasappel, een (stuk) glas, een spiegel, een doek, een prop papier, enz.
Zet de voorwerpen in een klein stilleven.

Zelfstudie

1.6 Wat is de hoogste en schoonste kunst?

1.6.1 In 1678 schrijft Samuel van Hoogstraten (1627-1678), een leerling van Rembrandt, zijn kunsttheoretische geschrift "Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilderkonst". Verder ... >>>

1.6.2 De centrale vraag in de kunsttheorie van de 15e tot de 17e eeuw was hoe de schoonheid in de kunst moest worden verwezenlijkt. Verder ... >>>

1.6.2 De Académie Royale in Parijs en de regels van de kunst. Verder ... >>>

1.6.3 Toen Holbein in 1536 officieel tot hofschilder van Hendrik VIII was aangesteld, deed hij veel meer dan alleen portretten maken. Verder ... >>>

In de les

1.7 Het palet en het schildershemd

We maken een palet en schildershemd

In de les

1.8 Het paneel

1.8.1 We prepareren een paneel (MDF) met een grondlaag. Als de eerste grondlaag droog is schuren we deze mooi glad en brengen een tweede laag aan. Na weer een keer mooi gladschuren heb je een mooie laag om op te schilderen.

1.8.2 Nu brengen we een dunne laag aan in een lichte grijs-blauwe kleur of een warme rood-oker kleur.



In de les

1.9 Het schilderij, je meesterproef

1.9.1 Zoek thuis een geschikte kleurenfoto die je wilt gaan schilderen. Zoek een foto die past in een gebruikelijk genre uit de 17e eeuw. B.v. een stilleven, portret, landschap, stads- of zeegezicht enz. Je mag hiervoor ook zelf een foto maken.

1.9.2 Zet je voorbeeldfoto met potlood (of direct met verf) over op je paneel dat inmiddels een gekleurde ondergrond heeft (zie 1.8.2). Dit heet de ondertekening

1.9.3 Hierop schilderen we nu de gehele voorstelling in grijze of bruingrijze tinten. We maken a.h.w. het schilderij in zwart-wit. Dit is het zgn. doodverven. (De figuren zien er nu uit als lijken met hun grauwe gezichtskleur....) (zie 1.1 en 1.2)

1.9.4 Nu brengen we met dunne transparante laagjes verf de kleuren aan (glaceren). Verdun hiervoor je verf met het glaceermiddel dat je in je paletdop doet dat je aan je palet bevestigt. Als je het goed doet, hoef je de schaduwpartijen dus (bijna) niet over te schilderen.

1.9.5 Breng hierna de noodzakelijke hooglichten (zie 1.1) aan.


De gehele procedure mét voorbeelden kun je HIER >>> bekijken.

(Kijk bij "demonstratie" en "techniek")

1.9.6 Tot slot voorzie je je schilderij van een gelijkmatige dunne laag vernis. Je meesterproef is nu klaar voor beoordeling door de meester!!

(Bron: Scott E. Bartner)

Zelfstudie

1.10 Je wordt lid van het Sint Lucasgilde

1.10.1  Lees de volgende bron en maak de opdracht ... >>>

1.10.2 Na de beoordeling door de meester, word je opgenomen in het Sint Lucasgilde!